Heraldiek
Het Westlandse geslacht Nachtegael
Het Rotterdamse geslacht Nagtegaal
Rotterdamse Nachtegalen II
Rotterdamse Nachtegalen III
Nachtegalen te IJsselmonde/Heerjansdam
Een Vlaams geslacht Nachtegael in Holland
Het geslacht Nachtegael uit Meteren (Fr.)
Nachtegalen te Aalten en Bredevoort
Dordrechtse en Zeeuwse Nachtegalen
Middelburgse Nachtegalen
Nagtegalen op Walcheren
Het geslacht Nagtegaal te West-Kapelle
Nagtegalen te Nisse en Terneuzen
Nachtegalen te Sint Jansteen
Jan Nachtegael en zijn Zeeuwse nakomelingen
Nachtegalen te Heinkenszand
Het geslacht Nagtegaal op de Zuid-Hollandse eilanden
Het geslacht Nagtegaal in en rondom Utrecht
Het Rijnsburgse geslacht Nagtegaal
Het Amelandse geslacht Nagtegaal
Amsterdamse Nachtegalen
Nagtegalen/Rossignol te Leiden en Amsterdam
Nagtegalen te Amsterdam en Leiden
Leidse Nachtegalen I
Nagtegalen te Westzaan
De Gelderse Nagtegalen
Robbrecht Nachtegael en zijn nakomelingen
Nachtegalen te Blokzijl
Nachtegalen te Delfgauw
Mijdrechtse Nagtegalen
Nagtegalen te Leimuiden
Hamburgse Nagtegalen
Nagtegalen te Krommenie
Nachtegalen bij de Watergeuzen.
Aantal Nagtegalen die in 1947 in Nederland woonden

Ontstaan van onze achternamen



De Burgerlijke Stand zoals wij die nu kennen is een Franse uitvinding. Deze is in het grootste gedeelte van ons land ingevoerd per 1 januari 1811, na de inlijving van het toenmalige Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk. In delen van de huidige provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland gebeurde dit reeds eerder, in de jaren negentig van de achttiende eeuw. Na het vertrek van de Fransen is de Burgerlijke Stand - met kleine aanpassingen - blijven voortbestaan tot op de huidige dag. Tot 1811 mocht men zonder enige registratie een naam aannemen en deze weer veranderen. Personen die in 1811 nog geen achternaam voerden kregen alsnog de gelegenheid een naam aan te nemen. Buiten de joden, had bijna iedereen onder de grote rivieren (ca. 90 %) al een achternaam. Boven de grote rivieren was dit veel minder het geval. Zij voerden veelal patroniemen, d.w.z. dat zij de voornaam van de vader als bijnaam voerden, zoals: Pieter Jansen (Janszoon) was de zoon van Jan Claasen (Claaszoon). Het deelwoordje "sen" stond voor "zoon". Een gedeelte van deze mensen hebben geen nieuwe naam aangenomen en gaan nu door het leven met de namen als Jansen, Dirksen, Klaasen en Pietersen.
Na de invoering van de Burgerlijke Stand was het niet meer toegestaan van naam te verande-ren. Het patroniem werd dus in vele gevallen gefixeerd. Vanaf 1811 waren de ambtenaren van de gemeenten belast met de registratie van geboorte, huwelijk en overlijden. Voor 1811 werden doop-, trouw- en begraafregisters door de kerken bijgehouden. Uit het voorgaande blijkt dat de meeste namen dus een oudere oorsprong hadden.
De oudst bekende achter- of bijnamen met een Germaanse naamgeving in onze streken zijn uit het begin van de 11de eeuw. Achternamen zijn, voorzover men heeft kunnen nagaan, in Italië ontstaan en via Zwitserland en Frankrijk naar onze streken gekomen. In de Middeleeu-wen had ca. 5 % van de bevolking een achternaam. Dit betrof over het algemeen edellieden en patriciërs. Door de toename van de bevolking in Europa kreeg men in de 16de eeuw steeds meer behoefte aan achternamen. Daarom heeft het Concilie van Trente (1545-1563) opgeroe-pen tot het aannemen van achternamen. De invoering is een langzaam proces geweest.
Tussen 1600 en 1650 namen de meeste burgers onder de grote rivieren een vaste naam aan. Boven de grote rivieren, met name bij de plattelandsbevolking van de noordelijke provincies heeft dit proces geduurd tot de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811.
De naam Nagtegaal werd voor 1700 als Nachtegael geschreven en dit nog met vele variaties, zoals: Naghtegaal, Nachtegale, Nachtigael, enz. omdat het aan een grammaticale regelgeving ontbrak. Men schreef zoals men het hoorde. Voor zover is kunnen nagaan is er niet sprake van één stamvader. Op meerdere plaatsen in Europa zijn personen zich Nachtegaal gaan noemen. Wat zij wel gemeen hebben is dat het bijna allemaal zeer oude geslachten zijn die tot de oudste van Europa behoren. De oudste Hollandse zijn de Rotterdamse en Westlandse Nachte-galen. Zij zijn voortgekomen uit heren die zich in de Frankische tijd op de koninklijke domei-nen bevonden. Hun nakomelingen werden "welgeboren mannen" genoemd en zij waren vrijgesteld van de betaling van schot (belasting). Die domeinen lagen veelal langs de rivieren en achter de duinen. Het welgeboren man zijn was een bepaalde status die van vader op zoon door vererving werd overgedragen. Zo werd Jan Nachtegael, van het Westlandse geslacht, geb. ca. 1335, in 1378 als welgeboren man te Rijswijk vermeld en zijn zoon Gerijt eveneens te Rijswijk in 1399.
Gezien het feodale stelsel van die tijd is het niet onwaarschijnlijk als ook de Duitse en Belgi-sche Nachtegalen uit een dergelijke status zijn voortgekomen. Onderzoek zal dit nog moeten bevestigen.
In de middeleeuwse poëzie en lyriek werd de nachtegaal veel aangehaald. Nachtegael was een liefkozingsnaam, die als achter- of bijnaam populair was. In diverse West- en Zuid-Europese landen treffen wij dan ook veel naamgenoten aan. In het Germaanse gedeelte onder de naam Nachtegael, Nachtigall, in het Angelsaksische deel Nightingale en in het Romaanse gedeelte onder de naam Rossignol met zijn varianten. Ook de Griekse vertaling Philomena is niet onbekend.


Gebruik van deze website betekent dat u akkoord gaat met de condities en voorwaarden zoals omschreven in onze disclaimer.
Website design GreenKakapo. Copyright ã 2000-2007 H.K. Nagtegaal
Disclaimer I  Sitemap  I Privacy