Acquet, Hendrik Jorisz. d’ (1632-1706)

Wapen:gedeeld: I doorsneden: a in rood drie zilveren lelies; b in in goud een zwarte leeuw; II in goud twee schuine bijen van natuurlijke kleur.
Wapenvoerder(s):
Acquet, Hendrik (Henricus) Jorisz. d’, geb./ged. Den Haag 20/22 juni 1632, liet zich in 1654 te Leiden inschrijven als student in de geneeskunde en promoveerde te Caen (F) maart 1656. Na zijn studie vestigde hij zich als stadsgeneesheer in Delft. Zijn beeltenis is door De Man vereeuwigd op de anatomische les van Cornelis  's-Gravesande. Vervolgens was hij hoofdman van het gilde, meester van de Kamer van Charitaten 1660, vroedschap 1672, schepen 1673, weesmeester 1687, burgemeester 1690 van Delft, adjunct ter dagvaart 1700, overl. 12 augustus 1706, begr. Delft 16 augustus 1706, zoon van Joris d’Acquet en Emmerentia van der Linden.

Henricus d’Acguet was een rijk en gezien burger, die een grote collectie schilderijen bezat, een bibliotheek en een vermaard naturaliëncabinet. Het verzamelen van schelpdieren, opgezette vogels, zaden, gesteenten en rariteiten was een intellectueel tijdverdrijf, dat in de 18e eeuw grote vorm aannam. Talrijk zijn de particuliere verzamelingen, die in deze tijd werden aangelegd; verzamelingen, waarvan enkele de basis zouden vormen voor onze huidige academische musea en openbare collecties. Van de collectie van D'Acguet is een geheel uit waterverftekeningen bestaande inventaris in twee delen aanwezig in het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Na de dood van D'Acquet werd deze collectie geveild, waartoe een gedrukte catalogus verscheen in 1708.

Hij huwde Delft 30 mei 1658 met Sophia Lieftingh, geb/ged. Delft 24/27 januari 1637, overl./begr. Delft 3/8 januari 1733, dochter van Johan Gerritsz. Lieftingh en Anna Nicolaasdr. van der Mast.

Henricus en zijn vrouw Sophia liggen begraven in de Oude kerk van Delft onder een zerk met hun beider wapens en het volgende opschrift: “Rustplaats van den Heer Johan Lieftingh, nu toekomende de Heer Dr. Hendrik D’ Acquet in sijn leven Raet en Borgemeester deser stad, geboren 21 Juni 1632, gestorven 12 Augustus 1706 ende desselfs huysvrouw Sophia Lieftingh, geboren 24 January 1637, gestorven 2 jan. 1733”. Ook zijn dochter Ammerentia en schoonzoon Anthonie Thierens liggen in zelfde graf begraven.
Bron(nen) en lit.:
  • Genealogische en Historische Encyclopedie van Delft, deel I (1984), blz. 8 en 9.
  • H.M. Morien en H.K. Nagtegaal. Stamreeks D’ Acquet; in: Ons Voorgeslacht, febr. 2011.
  • Album Scholasticum, Academiae Lugduno–Batavae, Nomina Studiosorum blz. 436.
  • W. Frijhoff, Nederlandse promoties in de geneeskunde aan Franse universiteiten; in Jaarboek CBG (2006), blz. 100.
  • GA Delft, Gilde van de chirurgijns, nr. 233, inv. 1, een losse folio zonder nummer en data in het boek geschoven met de vermelding: Hendrick d’Acquet, decaan van het chirurgijnsgilde op het schilderij van Cornelis de Man, met de andere chirurgijns.
  • GA Delft, Gilde van de chirurgijns, nr. 233, inv. 2, fol. 30v. (1698).
  • G.A. Delft, Oud D II E 17, nieuwe losse aanwinsten 598 (Oude Delft 202).
  • NA Inventaris van het oud-archief der stad Delft, 1e afd. 1246-1795, akte 800.
  • E.A. van Beresteyn, Grafmonumenten en grafzerken in de Oude Kerk te Delft, nr. 135, blz. 78.
  • GA Delft, ONA, inv.nr. 2020, fol. 125 en 156 (19-8-1659 en 27-9-1661);  inv.nr. 2128, fol. 73 (24-12-1663); inv.nr. 2128, fol. 459 (5-9-1674); inv.nr. 2284, fol. 100 (11-101681); inv nr. 2310, fol. 477 (16-4-1687; inv.nr. 2236, fol. 36 (25-3-1692).
  • G.E. Rumphius, D’Amboinsche Rariteitenkamer (1705), Walburg Pers, Zutphen (2005).
Wapen:
  • G.A. Delft, W. van der Lelij, Namen en Wapenen der Ed. Agtbare Heeren Veertigh raaden der Stad Delft.
Afbeelding:
  • Collectie Museum Het Prinsenhof, inv. nr. PDS 276.