Assendelft, van

Wapen:in rood een gaand zilveren paard.
Helm:aanziend.
Wrong:rood en zilver.
Helmteken:twee toegewende zilveren sikkels met rode greep.
Dekkleden:rood, gevoerd van zilver.
Wapenvoerder(s):
Assendelft, Mr. Adriaen van, geb. ca. 1588, ingeschreven als student te Leiden 1603, advocaat voor het Hof van Holland, weesmeester te Den Haag 1626-1632, kerkmeester Kloosterkerk ald. 1632-1651, schepen 1632-1638, 1639-1644, vroedschap 1638-1639, 1644-1646, regent Sacraments-Gildehuis 1641-1644. In 1627 wonend aan het Lange Voorhout, zijn vermogen bedroeg toen 12.000 gulden. Hij erfde van zijn vader Johan in 1636 een buitenplaats te Voorburg, deze buitenplaats werd op 6 januari 1657 door zijn weduwe Johanna van Telshout verkocht voor een bedrag van 3.750 gulden, overl. vóór 6 januari 1657, zoon van Johan van Assendelft, schepen van Den Haag, en Alida van Dam van Houckgeest.
Adriaen van Assendelft staat afgebeeld op het schilderij van de  'De Haagse Magistraat' (1636) van de schilder Jan Antonisz. van Ravesteyn.
Hij huwde Den Haag (Gr.K.) 6 december 1615 met Johanna van Telshout.1

Assendelft, Mr. Willem van, ged. Delft 3 juni 1666, ingeschreven als student te Leiden 6 augustus 1682, advocaat voor het Hof van Holland 1692, schepen 1705-1715, 1717-1719, 1721-1723, 1725-1727, 1729-1731, 1733-1735, 1737-1739, 1741-1743, burgemeester 1715-1717, 1719-1721, 1723-1725, 1727-1729, 1731-1733, 1735-1737, 1739-1741, 1743-1744 te Den Haag, overl. Den Haag 6 maart 1744, begr. (Kl. K ) aldaar 13  maart 1744, zoon van Gerard van Assendelft, penningmeester van het Hoogheemraadschap van Delfland, en Agneta Hoppesteyn.1

Assendelft, Willem Claesz. (Nicolaesz.) van, geb. 16 juli 1606, notaris 1626-1686, procureur 1636, wonend naast de Oude Kerk te Delft 1629 en op de Warmoesbrug 1643, lid van de ridderlijke broederschap genaamd “De Confrérie van de Handbusch binnen Delft” 1638, sergeant 1648, landgifter en secretaris van Hof van Delft, secretaris van Vrijenban, Absrecht, Biesland, m’t Woudt, Woudtharnas en Groenevelt, overl. 14 februari 1691, begr. Delft (N.K.) 19 februari 1691, zoon van Nicolaes Nicolaesz. van Assendelft en Applonia Jacobsdr. van Persijn van Ouwendijk.
Hij staat afgebeeld als sergeant op het schuttersstuk genaamd “De officieren van het witte vendel”, geschilderd door Jacob Willemsz. Delff in 1648, aanwezig in het Museum Prinsenhof te Delft.
Hij huwde Delft (ondertr. ald. 30 juni 1629) 15 juli 1629 met Maria Gerritsdr. van Sassen, geb. 13 maart 1608,  jd. wonend aan de Wijnstraat 1629, overl. 12 december 1678, begr. (N.K.) 16 december 1678, dochter van  Gerrit Willemsz. van Sassen en Maritgen Jacobsdr. van Tol.2

Assendelft, Mr. Adriaen Gerardsz. van, geb. Delft 9 november 1727, ged. Delft 11 november 1727, ingeschreven als student te Leiden 1746, gasthuismeester te Delft 1756-1761, veertigraad 1757, op zijn verzoek ontslagen 1771, havenmeester binnen en buiten 1759, lid van de ridderlijke broederschap genaamd "De Confrérie van de Handbusch binnen Delft" 1760, weesmeester 1762, schepen 1764- 1769, havenmeester 1769, secretaris van Delfland 1760, overl. Emmerik 27 maart 1792, zoon van Mr. Gerard van Assendelft Adriaensz. en Maria Apollonia van der Lelij.
Hij huwde eerst te Kleef (R.K.) 19 september 1771, vervolgens te Delft na drie Gereformeede aankondigingen waarvan de laatste 2 juli 1772 en werd te ’s-Heerenberg 3 juli 1772 het huwelijk ingezegend met Cornelia Vermeulen, geb. Gouda 31 december 1732, wonend te Delft en daarna te Kleef, overl. Emmerik 16 december 1790.3, 4

Assendelft, Mr. Adriaen Gerritsz. (Gerardsz.) van, ged. Delft 31 augustus 1664, ingeschreven als student te Leiden 17 maart 1682,5 promoveerde te Harderwijk 7 juni 1686,6 als advocaat wonend te Den Haag 1687, luitenant, daarna kapitein bij de schutterij te Delft, rentmeester weeshuis te Delft 1688, baljuw van Schipluiden en St. Maartensregt, secretaris van de baljuwschappen Hof van Delft, Vrijenban, Abtsrecht, Biesland, Groeneveld, en ’t Woud, secretaris van Delfland, lid van de ridderlijke broederschap genaamd "De Confrérie van de Handbusch binnen Delft" 1693, landgifter, secretaris loco patris, veertigraad van Delft 1695-1734, schepen 1699-1708, thesaurier 1709, 1711-1714, adjunct ten dagvaart 1716, 1724, 1729, weesmeester 1717, 1718, 1721, 1725, 1726, burgemeester 1722, 1723, 1727, 1728,7 regent van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis 1723, bewindhebber W.I.C. 1717, kerkmeester van de Oude en Nieuwe Kerk 1727, overl. 2 augustus 1742, begr. Delft (N.K.) 8 augustus 1742, zoon van Gerard van Assendelft en Agneta Hoppesteijn van Leeuwen.8, 9
Hij huwde Delft (Franse kerk) 18 augustus 1687 (ondertr. Delft 3 augustus 1687) met Maria Magdalena van Beresteijn, geb. 22 juli 1667, ged. Delft 24 juli 1667, jd. wonend te Delft 1687, moeder van het Meisjeshuis 1707, wonend aan het Oude Delft 1715, overl. 14 september 1715, begr. Delft (O.K.) 20 september 1715, dochter van Gijbert van Beresteyn en Cornelia van der Hoeff.

Assendelft, Mr. Gerard Adriaensz. van, geb. 19 augustus 1699, ged. Delft 20 augustus 1699, ingeschreven als student te Leiden 20 april 1717,10 lid van de ridderlijke broederschap genaamd "De Confrérie van de Handbusch binnen Delft" 1720, waarvan schutterkoning 1723, secretaris van de baljuwschappen Hof van Delft, Vrijenban, Abtsregt, Biesland, Groenevveld, en ’t Woud, commissaris van huwelijkse zaken 1722, rentmeester van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis 1727, secretaris van Delfland, secretaris van Hof van Delft, secretaris loco patris, secretaris van de “Groote Visscherij” 1732, veertigraad van Delft 1734-1739, havenmeester van Delfshaven 1736-1738, weesmeester 1739, secretaris van de weeskamer 1739-1760, wonend aan de Koornmarkt 1749, had twee dienstmeiden, een naaister en een knecht 1749,11 overl. 5 april 1760, begr. Delft (N.K.) 11 april 1760. 12,13
Hij huwde (ondertr. Delft 22 mei 1723) 8 juni 1723 met  Maria Apollonia van der Lelij, geb. 2 maart 1703, ged. Rotterdam 6 maart 1703, begr. Delft (N.K.) 30 juni 1769, 18 lijkdragers, koetsen, 1 wapendrager, eigen grafkelder, de wapenkas 9 voet hoog, 5 voet en 9 duim breed, acht kwartieren, laat 3 meerderjarige en 1 minderjarig kind na, dochter van Sijbrant van der Lelij, schepen van Rotterdam, en Maria Dircksdr. Heemskerk van Beest.
Bron(nen) en lit.:
  1. H.P. Fölting, De Vroedschap van 's-Gravenhage (1572-1795), blz. 98.
  2. F.L. Hartong, Register der protocollen van de notarissen in Nederland, blz. 355.
  3. SAD, een handgeschreven lijst “Delftsche Schepenen en Veertigraden 1300 (1310) 1795” (personalia).
  4. R. Boitet, “Beschryving der Stadt Delft” (1729) (personalia).
  5. W.N. du Rieu, Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, blz. 651.
  6. P.C. Molhuysen, Album Promotorum Academie te Harderwijk, blz. 66.  
  7. Boitet, Beschryving der Stadt Delft (1729), Naamlijst van de Heeren Schouten, Burgemeesteren, Schepenen, Thesauriers, Wees- en Havenmeesters der stad Delft.
  8. van der Lely, Kwartierstaten van Delftse Vroedschappen; in: De Nederlandsche Leeuw (1915), kol. 113.
  9. H.K. Nagtegaal en H.M. Morien, De kwartieren van mr. Gerard Adriaensz. van Assendelft; in: Gens Nostra (2015).
  10. N. du Rieu, Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae 1575-1875, blz. 852.
  11. SAD, Impost Delft 1749.
  12. H. Roëll, Afstammelingen van Mr. Gijsbert van Beresteijn en Cornelia van der Hoeff; in: De Wapenheraut. Jrg. 9 (1908) 421.
  13. SAD, C.F. Gijsberti Hodenpijl, Opgave der geslachtswapens die zich vóór 1795 bevonden in de Oude en in de Nieuwe Kerk te Delft, blz. 5.
Wapen:
  • SAD, W. van der Lelij, Namen en Wapenen der Ed. achtbare Heeren  bailliuwen, schouten, burgermeesteren ende schepenen, mitsgaders pensionarissen, thesauriers en secretarissen van 's-Gravenhage (1618-1772).
  • TUD. Schulerus, Wapens van Verscheyden Adeleyke, Deftigen en Braven Burgerleyken Familiën (18de eeuw).
  • SAD, Archiefnr. 309, Schepschuttersvereniging "Diletto ed Arme", inv. nr. 8.
  • SAD, W. van der Lelij, “Namen en wapens der Ed. Agtbaare Heeren Veertigh Raden der stad Delft”.