Bleyswijck, Abraham Cornelisz. van (1686-1761)

Wapen:in zilver drie zwarte bollen.
Wapenvoerder(s):
Bleyswijck, Dr. Abraham Cornelisz. van, geb. Woudrichem 17 juli 1686, ged. ald. 21 juli 1686, ingeschreven als student te Leiden 30 augustus 1705, eerst in de filosofie, korte tijd later stapte hij over naar de medicijnenstudie, promoveerde 1 september 1708 op het proefschrift, getiteld ‘Theses quibus in praxi felicitas mechanicorum vindicatur’. In 1711 vestigde hij zich te Delft en werd benoemd tot doctor anatomicus en was als stadsgeneesheer en als medicus verbonden aan het weeshuis, woonde aan het Oude Delft (thans 194), regent van het weeshuis 1716-1747, veertigraad van Delft 1718, havenmeester binnen en buiten 1720-1722, schepen 1723-1728, kerkmeester van de Oude en Nieuwe Kerk 1733, gecommitteerde van de admiraliteit op de Maze 1735, bewindhebber van de Delftse kamer van de V.O.C. 1738-1761, burgemeester 1740, 1741, 1744, 1745, 1751, 1756, 1757, baljuw en dijkgraaf van Delfland 1740-1761, adjunct ter dagvaart 1742, 1746, 1758, gecommitteerde raad 1747, gecommitteerde van de generaliteitsrekenkamer 1752, schenkt tussen 1740 en 1761 diverse giften en legaten aan het weeshuis te Delft met een totale waarde van ruim 10.000 gulden, stond als een van de heftigste anti-stadhouders-gezinden bekend, overl. Delft 22 januari 1761, begr. ald. 28 januari 1761, zoon van Ds. Cornelis Johansz. van Bleyswijck en Geertruid Abrahamsdr. van Cleeff.
Hij staat centraal als hoofdpersoon afgebeeld op het schilderij "De anatomische les van Dr. Abraham Cornelisz. van Bleyswijck, geschilderd door Thomas van der Wilt in 1727, aanwezig in Museum Het Prinsenhof.
Hij huwde Delft 8 oktober 1715 met Maria Petrusdr. Gribius, geb. Delft 13 augustus 1685, ged. ald. 16 augustus 1685, moeder (regentes) van het meisjeshuis te Delft 1728, overl. Delft 18 november 1751, begr. aldaar 24 november 1751, dochter van Ds. Petrus Pietersz. Gribius en Debora Salomonsdr. van der Heul.
Bron(nen) en lit.:
  • H.K. Nagtegaal. Het Delftse geslacht van Bleyswijck; in: Ons Voorgeslacht (2008), blz. 277.
  • Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae 1575-1875, blz. 786.
  • Album Promotorum Academiae Lugduno-Batavae 1575-1875, blz. 249.
  • R. Boitet, Beschryving der Stadt Delft (1729).
  • G.A.D. Afschrift van de Edele, Grootachbare Heeren Regeerders der Stad Delft (1676-1746).
  • H. Houtzager e.a., De snijkunst verbeeld, Delftse anatomische lessen nader belicht, blz. 117.
  • J.J. Breedveld, Inventaris van het archief van het weeshuis der gereformeerden binnen Delft, blz. 52.
  • H.L. Houtzager e.a., Delft en de Oostindische Compagnie, (Amsterdam 1987), blz. 204.
  • J.J. Breedveld, Inventaris van het archief van het weeshuis der gereformeerden binnen Delft, blz. 47.
  • CBG, Memorien van Mr. Diderik van Bleyswijk, uitg. door Theod. Jorissen, blz. 197.
  • Repertorium van Ambtenaren en Ambtsdragers (1428-1861); Admiraliteit op de Maze (1586-1795).
  • W. van der Lely, Kwartierstaten van Delftse Vroedschappen; in: De Nederlansche Leeuw (1915), kol. 222.
Wapen:
  • G.A. Delft, W. van der Lelij, Namen en Wapenen der Ed. Agtbare Heeren Veertigh raaden der Stad Delft.
Afbeelding:
  • Museum Het Prinsenhof, PDS 277.