Diemen, Catharina van (1440-1461)

Wapen:gedeeld: I in goud een dwarsbalk, vergezeld van drie boeien, alles zwart; II in rood drie zilveren violen met de steel omlaag vergezeld boven van goud schildje met een rode dwarsbalk beladen met een gouden letter G.
Wapenvoerder(s):
Diemen, Catharina van, testament 23 april 1440; zij had een lijftocht op 5 morgen te Zoeterwoude, overl. 17 januari 1461, begr. bij haar man, dochter van Hugo van Diemen en Janne Ryswyck.
Zij staat afgebeeld op het schilderij “Memorietafel van Boudewijn van Swieten en zijn geslacht”.
Zij huwde met Gijsbrecht Boudewijsz. van Swieten (Zwieten), heer van Zwieten na zijn vaders dood, geb. ca. 1402, Leids wapenknecht te Gorinchem 1417, schepen van Leiden 1428, 1442, 1446, 1449, 1455, schout aldaar 1430, 1434-1440, poortmeester 1433, 1450, 1451, veertigraad vanaf 21 juli 1449. Veroordeeld tot een bedevaart naar Einsiedeln door het Leidse gerecht wegens het schrappen van een keur zonder toestemming van zijn medeschepenen; kreeg 30 juni 1445 een vrijgeleide om zijn gelijk te bewijzen, moest tenslotte de bedevaart toch ondernemen, maar Philips de Goede verleende hem op zijn vaders verzoek gratie, daar hij door oorlog niet verder dan Bazel was gekomen, hij mocht nu naar O.L.V. te Halle gaan. overl. 19 december 1456, begr. Mariënpoel bezuiden het Heilige Kruisaltaar, zoon van Boudewijn Dirksz. van Swieten en Luitgard van Nijenrode.
Gijsbrecht ontving van zijn vader renten op huizen te Leiden 14 oktober 1432; kocht diezelfde dag van Baerte, weduwe van Albrecht van den Bosch de helft van een huis aan de Kerkstraat bij de Voldersgracht te Leiden, de helft van een huis bij de Papengracht, de helft van een huis en een tuin in het Noordeinde, de helft van een huis aan de Sacsteghe en enkele renten. Na opdracht uit eigen beleend door de graaf van Nassau met een woning onder Wassenaar 26 mei 1435. Bij testament vermaakten hij en zijn vrouw de procuratoren van de Zeven Getijden te Leiden een rente op zijn huis aan de Voldersgracht voor het zingen van de getijden 23 april 1440. Verkocht de Heilige Geest te Leiden een huis in het Noordeinde, door hem van de stad gekocht 21 juli 1450. Tijdelijk heer van Loenersloot na zijn vaders dood, beloofde dit huis niet te versterken en het als open huis van het Sticht te zullen houden 25 oktober 1454; stemde datzelfde jaar in met de overdracht van Loenersloot op zijn neef Arent, ook gaf hij toestemming voor de belening van deze met de 75 morgen bij Loenersloot 1455. Beleend met 2 woningen onder Voorburg 17 juli 1455 en Haestenborch onder Stein, genoemd als pachter van de visserij op de Overrijn 26 oktober 1456. Met zijn broer Jan beloofde hij de kosten te dragen van de kapel van het Mariënpoel. Collector van het door zijn vader gestichte officia in St. Anthoniuskapel buiten Leiden.
Bron(nen) en lit.:
  • R.A. Leiden, Magistraatlijsten 1260-1641, nr. 15077, blz. 29-35.
  • F.J.W. van Kan, Het middeleeuwse riddermatige geslacht Van Zwieten; in: het Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie, deel 38 (1984), blz. 59, 61. Met verwijzing van vele noten.
Wapen:
  • Wapen afgebeeld boven de personen op het schilderij. Het is in courtoisie geplaatst.
Afbeelding:
  • Museum De Lakenhal, Leiden S250 (fragment uit “Memorietafel van Boudewijn van Swieten en zijn geslacht”).
Vervaardiger:
  • Anoniem (1552).